Werkwijze

De Algemene Rekenkamer structureert haar werkwijze door heldere onderzoeksstandaarden te ontwikkelen met inachtneming van de volgende werkwijze.

De Algemene Rekenkamer stelt jaarlijks een onderzoeksprogramma vast, gebaseerd op ontwikkelingen op haar werkterrein. De onderzoeken worden geselecteerd op basis van criteria die waarborgen dat de onderzoeken met de meeste toegevoegde waarde worden gepland en uitgevoerd. Hierbij moet worden gedacht aan risico’s voor rechtmatigheid en doelmatigheid, financieel en maatschappelijk belang en onderzoeken, waarbij de specifieke bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer toegevoegde waarde hebben.

Elk onderzoek wordt vooraf aangekondigd bij de organisatie, waar het onderzoek plaats zal vinden. Voor elk onderzoek wordt een plan van aanpak aan de leden van de Algemene Rekenkamer voorgesteld, die dit plan vervolgens vaststelt. In dit plan staat onder meer het doel van het onderzoek, de te hanteren onderzoeksnormen en de planning. Het plan van aanpak wordt besproken met de organisatie, waar het onderzoek wordt uitgevoerd. 

Het onderzoek wordt door het onderzoeksteam uitgevoerd. De nodige feiten worden verzameld door middel van onder andere het bestuderen van documenten, het opvragen van gegevens en het verrichten van interviews. De onderzochte organisatie wordt in de gelegenheid gesteld de verzamelde onderzoeksgegevens op feitelijke juistheid en volledigheid te controleren; het zogeheten ambtelijk hoor en wederhoor. 

Op basis van de gecontroleerde onderzoeksgegevens stelt het onderzoeksteam een conceptrapport samen, dat vervolgens door de Algemene Rekenkamer wordt vastgesteld. Dit conceptrapport bevat de bevindingen van het onderzoek, de daarop gebaseerde conclusies en de aanbevelingen waartoe de conclusies aanleiding geven. De Algemene Rekenkamer stelt de verantwoordelijke minister(s) en/of de leiding van de gecontroleerde organisatie in de gelegenheid, over het algemeen schriftelijk, te reageren op het conceptrapport; het zogeheten bestuurlijk hoor en wederhoor. 

Vervolgens wordt het definitieve rapport door de Algemene Rekenkamer vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de reacties uit het hoor en wederhoor. De bestuurlijke reactie, al dan niet samengevat, wordt opgenomen in het definitieve rapport en in de vorm van een nawoord voorzien van een reactie van de Algemene Rekenkamer.

De Algemene Rekenkamer stuurt het definitieve rapport naar de Staten en naar de verantwoordelijke minister(s). Afhankelijk van het onderwerp en het belang stuurt de Algemene Rekenkamer het rapport ook naar andere belanghebbenden. In principe is het rapport openbaar en kunnen ook andere belangstellenden het opvragen.

Binnen enkele maanden na de afronding van het onderzoek vindt een evaluatie plaats.